06-42611333

Slak en de dahlia’s.

Slakken. De eersten zijn al weer gesignaleerd.

Ik liet me inspireren en schreef een verhaal. Met een boodschap.

Over blij zijn met jeZelf.

Een aanrader! VanZelfsprekend 😊.

 

Slak en de dahlia’s.

Slak had net als vele andere slakken een huisje op zijn rug. Hij stamde af van de familie bruin-huizige slakken. Dus niet van de wit-huizige slakken of van de naaktslakken.

Over de naaktslakken gesproken: daar begon het allemaal mee. Zijn onrust, geboren uit jaloezie.

O, wat was hij jaloers op de naaktslak! Het is dat zijn huisje al bruin was en hij zelf ook, want anders zou hij groen zien van jaloezie….

 

Iedere avond, wanneer het begon te schemeren en het weer veilig was om op zoek te gaan naar heerlijke hapjes, ging hij op pad. Doelgericht, op weg naar de dahlia’s.

Dat waren heerlijke bloemen. Vooral de roze en de paarse waren een spekkie naar zijn bekkie.

De bladeren van de dahlia’s waren ook lekker. Het liefst at hij deze als een voorgerechtje, om zich daarna te goed te doen aan de bloemen. De hele nacht lang, tot de zon zich weer liet zien.

 

“Vanwaar dan die jaloezie?” zul je je afvragen.

 

Wel, iedere avond als hij tevoorschijn kwam uit zijn schuilplek, een kier tussen de stenen van het terras, en vol goede moed op stap ging, kwam hij onderweg verre familieleden tegen. Zij gingen ook op zoek naar lekkere, voedzame hapjes.

Dat vond hij geen probleem; hij gunde hen ook een lekker hapje.

Wat hij wel vreselijk vond, was dat de naaktslakken hem elke avond inhaalden.

Hierdoor kon hij zich meestal slechts te goed doen aan het resterende blad van de dahlia.

Doordat zij geen huisje mee te dragen hadden, waren zij veel sneller dan hij.

O, wat benijdde hij hen! Wat zou hij graag met ze willen ruilen, zodat hij ook vaker van de (liefst roze en paarse) dahlia’s kon eten!

 

Ook hun uiterlijk vond hij veel mooier dan die van hemzelf, welke hij zo gewoon vond.

Hun huidskleur was mooi glanzend zwart, of warm terra-bruin. Dat was pas bijzonder!

 

Zo was Slak veel tijd van zijn leven kwijt aan zich ergeren en aan dromen over anders zijn.

 

Totdat op een vroege morgen, toen alle slakken weer terug naar hun schuilplekje gingen, er een zwarte wolk boven hun kopjes dreigde.

De wolk bewoog heen en weer… en viel in stukjes uiteen!

Het was geen echte wolk, maar een groep kraaien die hun buik ook wilden vullen. Met slakken!

 

De slakken vluchtten voor hun leven, zo snel als ze konden.

Slak zag dat om zich heen veel slakken werden opgepikt om vervolgens te verdwijnen in de snavels van de vogels!

Slak zelf en vele soortgenoten kwamen heelhuids aan bij hun schuilplek.

Het waren de naaktslakken die als eerste gepakt werden….

 

Op die dag, toen Slak het bijna in zijn broek deed van angst (het is dat hij geen broek droeg, want anders…) toen besefte hij hoe blij hij mocht zijn dat hij een huisje op zijn rug droeg.

Zijn eigen huisje, dat bescherming bood aan zijn eigen velletje. Misschien niet zo mooi, niet zo glanzend als dat van de naaktslakken, maar wel heel kostbaar!

Vanaf die dag was hij er heeeel dankbaar voor!

 

Die avond, toen hij weer op weg ging naar de dahlia’s en vele naaktslakken hem passeerden (want er waren er nog steeds heel veel) lachte Slak in zijn huisje, eh, vuistje. Hij ging dan misschien wel trager voort, maar toch zeker héél gestaag!

Kon hij vandaag niet van de bloemen van de (liefst roze en paarse) dahlia’s eten, dan toch in ieder geval van de bladeren. En ach, die smaakten óók best goed.

 

Nee, zo slecht had Slak het eigenlijk niet.

Hij was nu blij met zichZelf en besloot nooit meer jaloers te zijn.